EVALUATIE –EN EXAMENREGLEMENT

Positief advies schoolraad op 23 november 2017
Protocol van akkoord basiscomité: nr.2017/2.051/01 van 05/12/2017

Inhoud

EVALUATIE –EN EXAMENREGLEMENT. 1

HOOFDSTUK 1 - DE EVALUATIE. 2

1 Soorten evaluatie. 2

§ 1 Evaluatie van het dagelijks werk of permanente evaluatie. 2

§ 2 De examens of productevaluatie. 2

2. Informatie aan de ouders. 2

§ 1 Rapport 2

§ 2 Informatievergaderingen. 2

HOOFDSTUK 2- HET EVALUATIESYSTEEM OP HET EINDE VAN HET SCHOOLJAAR.. 3

Niveau van de examens. 4

Samenstelling examencommissie. 4

HOOFDSTUK 3: BEOORDELINGSCRITERIA BIJ DE PROEVEN.. 4

AMV en SZ, AMC, AMT, LP, MT, Muziekgeschiedenis. 4

Instrumenten – zang- stemvorming. 6

Samenspel, begeleidingspraktijk, koor, instrumentaal en vocaal ensemble. 13

Beoordelingscriteria Jalm ensemble. 14

Voor Algemene verbale vorming / Verbale vorming / Voordracht 15

Voor Dramatische expressie / Toneel / Welsprekendheid. 16

Dansinitiatie: 17

Algemene artistieke bewegingsleer. 17

Artistieke training. 17

Klassieke dans. 17

Hedendaagse dans. 17

HOOFDSTUK 4: AFWEZIGHEDEN.. 17

1.Evaluatie bij veelvuldige afwezigheden. 17

2. Afwezigheden op examens. 18

 

 

 

 


HOOFDSTUK 1 - DE EVALUATIE

1 Soorten evaluatie

§ 1 Evaluatie van het dagelijks werk of permanente evaluatie

De evaluatie van het dagelijks werk beoogt een permanente begeleiding van de hele persoonlijkheidsontwikkeling.
Om na te gaan of de leerstof geregeld ingestudeerd en begrepen wordt, hebben leerkrachten een aantal mogelijkheden zoals:

·       Luisteren naar antwoorden op vragen die tijdens de les gesteld worden (dus tijdens een klasgesprek) en de antwoorden beoordelen

·       Korte overhoringen of toetsen houden bij het begin of op het einde van de les. Deze overhoringen kunnen aangekondigd of niet aangekondigd zijn.

·       Herhalingstoetsen houden

·       Oefeningen en (huis)taken opleggen.

·       Optreden tijdens een toonmomenten

·       persoonlijk werk thuis;

·       verzorging van agenda, opbouw van schrift en orde;

 

§ 2 De examens of productevaluatie

De bedoeling hiervan is na te gaan of de leerling wel omschreven gedeelte van de leerstof kan verwerken en uitvoeren.

De data worden in aparte examenkalender opgenomen en bekendgemaakt ad valvas en op onze website. De leerkracht vermeldt de data eveneens in de agenda van de leerling.

De school behoudt zich het recht voor om in geval van onvoorziene omstandigheden daarvan af te wijken.

Spieken of andere vormen van bedrog worden bestraft. In het studiereglement van de school wordt de strafmaat beschreven.

 

 

2. Informatie aan de ouders

§ 1 Rapport

Door het rapport is het mogelijk werkzaamheden van de leerling op de school te volgen, te evalueren en bij te sturen. Het rapport wordt overhandigd de laatste les van elk trimester. Elk rapport wordt door één van of beide ouders (*) ondertekend. De leerling bezorgt het de eerstvolgende lesdag terug.

§ 2 Informatievergaderingen

Op geregelde tijdstippen organiseert de school contacten met de ouders. Individuele contacten zijn mogelijk na afspraken.

HOOFDSTUK 2- HET EVALUATIESYSTEEM OP HET EINDE VAN HET SCHOOLJAAR

Aan het einde van ieder leerjaar worden tussen 15 mei en 30 juni overgangs- en eindproeven georganiseerd. De eindproeven worden georganiseerd in het laatste leerjaar van elke graad; de overgangsproeven in de andere leerjaren. Verspreiden of gedeeltelijke proeven kunnen georganiseerd worden mits kennisgeving aan de inspectie.

Voor de vakken samenzang, dansinitiatie en artistieke training worden geen proeven georganiseerd. Voor de vakken samenspel, begeleidingspraktijk, koor, luisterpraktijk, instrumentaal ensemble, vocaal ensemble, ensemble/jazz en lichte muziek en lyrische kunst is er geen verplichting tot het afnemen van overgangsproeven. Indien er voor één van de hierboven vermelde proeven worden afgenomen, moeten de proeven afgenomen worden voor alle leerlingen die dit vak volgen in de inrichting.

In de periode tussen 15 augustus en 15 september worden ook uitgestelde proeven afgenomen van de leerlingen die om een gewettigde reden niet in staat waren deel te nemen aan de proeven van het einde schooljaar voor de vakken waarover overgangs- of eindproeven bestaan.

Alle overgangsproeven worden afgenomen met gesloten deuren.

In de onderstaande vakken worden de eindproeven afgenomen met gesloten deuren:

·       Algemene muziekcultuur

·       Luisterpraktijk

·       Begeleidingspraktijk

·       Algemene muziektheorie

·       Muziektheorie

·       Muziektheorie/jazz en lichte muziek

·       Muziekgeschiedenis

·       Algemene muzikale vorming

·       Algemene verbale vorming

·       Repertoirestudie woordkunst

·       Begeleidingspraktijk


In de onderstaande vakken worden de eindproeven afgenomen in publieke zitting:

·       Instrument

·       Samenspel

·       Instrument/jazz en lichte muziek

·       Samenspel/jazz en lichte muziek

·       Zang

·       Zang/jazz en lichte muziek

·       Stemvorming

·       Koor

·       Instrumentaal ensemble

·       Vocaal ensemble

·       Ensemble/jazz en lichte muziek

·       Voordracht

·       Welsprekendheid

·       Toneel

·       Algemene artistieke bewegingsleer

·       Hedendaagse dans

·       Klassieke dans

 

Niveau van de examens

Voor het bepalen van het niveau gelden de Minimumleerplannen van het Ministerie van Onderwijs- Vlaamse gemeenschap van juli 1990

Samenstelling examencommissie

De examencommissie is als enig orgaan bevoegd.

De beoordeling gebeurt door een examencommissie die samengesteld is als volgt:

1° voor de overgangsproeven : de directeur en tenminste de vaktitularis;

2° voor de eindproeven van de leerlingen lagere graad: de directeur, de vaktitularis en één deskundige;

3° voor de eindproeven van de leerlingen middelbare graad: de directeur, de vaktitularis en twee deskundigen van wie tenminste één deskundige van buiten de instelling;

4° voor de eindproeven van de leerlingen muziek hogere graad:

de directeur, de vaktitularis en tenminste twee deskundigen van buiten de instelling.

 

De directeur is ambtshalve voorzitter van alle examencommissies binnen zijn instelling. Hij kan zich laten vervangen door een afgevaardigde.

 

HOOFDSTUK 3: BEOORDELINGSCRITERIA BIJ DE PROEVEN

 

Beoordelingscriteria van de proeven studierichting Muziek

AMV en SZ, AMC, AMT, LP, MT, Muziekgeschiedenis

 

Bij de beoordeling van de proef AMV en SZ wordt gelet op:

Verdeling van de punten van de proef :

Dagelijks werk: Telt voor 10% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.
Theorie:  telt voor 10% van de punten,
Dictee:  telt voor 20% van de punten (
waarvan 10 voor ritmisch dictee en 10 voor melodisch dictee),
Lezen en zingen:  telt voor 60% van de punten, onderverdeeld als volgt:
                                   10%: samenzang
                                   10%: ritmische lezing prima vista
                                   10%: intonatieoefening
                                   20%: zangles prima vista
                                   10%: voorbereide lessen

Voor elk onderdeel moet er minimum 50% behaald worden en in het totaal 60%. Indien er voor max.2 onderdelen geen 50% behaald werd maar in totaal wel 60% is er deliberatie door de jury mogelijk.

leerplandoelen

 

muzikale taal

 

L1 - L2 technisch leesvermogen

 

L3 - inzichtelijk en begrijpend lezen

 

aandacht voor expressiviteit

 

aandacht voor betekenis

 

L4 - + spontane expressiviteit

 

vorming

 

studiemethode + zelfstandig werken

 

uitdrukken van emoties via muziek

 

sociale vaardigheid

 

lichamelijke beheersing

 

lichaamsbeheersing: houding, ademhaling, motoriek

zelfbeheersing: concentratie, podiumgedrag, stress

zin voor afwerking en authenticiteit

 

algemene vorming

 

culturele achtergrond

 

vormbesef

 

kennis componisten, instrumenten

 

muzikale vorming

 

analyse en synthese

 

deelaspecten via beelden, fantasie

 

ontwikkeling muzikaliteit

 

algemene muzikale vorming

 

samenhang zingen - instrument

 

samenwerking leraars instr. - AMV

 

uniforme terminologie

 

stemhygiëne

 

 

Bij de beoordeling van de proef AMC wordt gelet op:

ontwikkeling Luistervermogen

kennis begrippen

vorming persoonlijke standpunten

discussie en dialoog

auditieve verkenning

creatieve zelfwerkzaamheid

1ste jaar

inbreng persoonlijke ervaringen

aanwezigheid peilen emotionele reactie

2de jaar

benadering van de partituur

interpretatiegerichtheid

affectieve betekenis van een werk

relatie emotie/technisch-cogn.benadering

eigen voorbeelden leerlingen

verruiming belangstellingssfeer

kritische luisteraar

3de jaar

algemeen historisch kader

andere kunsten en wetenschappen

partituurstudie

grote stijlperiodes

relatie tot persoonlijke praktijk

eigen voorbeelden leerlingen

verruiming belangstellingssfeer

kritische luisteraar

emotionele component

 

 

Bij de beoordeling van de proef LP wordt gelet op:

 

 

Bij de beoordeling van de proef AMT en MT wordt gelet op:

 

 

Bij de beoordeling van de proef Muziekgeschiedenis wordt gelet op:

 

 

 

Instrumenten – zang- stemvorming

Verdeling van de punten van de proef :

Lagere graden en Optie samenspel:
Dagelijks werk: Telt voor 30% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.
Openbare proef of klasexamen:  telt voor 70% van de punten,

 

Optie instrument en zang-klassieke richting:
Dagelijks werk: Telt voor 10% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.

Technische proef: telt voor 20% van de punten

Openbare proef:  telt voor 70% van de punten,

Voor elk onderdeel moet er 60% van de punten behaald worden

 

Optie instrument en zang -jazz- en lichte muziek:
Dagelijks werk: Telt voor 10% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.

Technische proef: telt voor 30% van de punten

Openbare proef:  telt voor 60% van de punten,

Voor elk onderdeel moet er 50% van de punten behaald worden en 60% in het totaal.

 

Bij de beoordeling van de proef viool, altviool, cello en contrabas wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- algemene lichaamshouding, houding linker- en rechterhand, rechterarm,

houding instrument

- vaardigheid linkerhand

- intonatie

- toonkwaliteit

- boogvoering en boogtechniek

- naargelang de graad: posities en positiewisselingen, vibrato

- muzikale  inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang, 

het kunnen  overbrengen van een werk als één geheel,  spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en bij uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

- vanaf de M3: instrument leren stemmen

- barokcello: vanaf het begin het instrument leren stemmen

 

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

 

Bij de beoordeling van de proef gitaar wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- toonkwaliteit

- houding

- coördinatie linker- en rechterhand

- barré, bindingen

- muzikale  inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang, 

het kunnen  overbrengen van een werk als één geheel,  spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- nagelverzorging van de rechterhand

- leren stemmen van het instrument

- het instrument onderhouden en een proper instrument aanbieden op het examen

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

 

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

 

 

Bij de beoordeling van de proef blokfluit wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- hand- en lichaamshouding

- vingervaardigheid

- techniek van de linkerduim

- intonatie

- toonkwaliteit

- adembeheersing

- muzikale  inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang, 

het kunnen  overbrengen van een werk als één geheel,  spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

 

Bij de beoordeling van de proef dwarsfluit wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- hand- en lichaamshouding

- vingertechniek, coördinatie tongslag en greepwisselingen

- intonatie

- toonkwaliteit

- ademhaling en ademsteun

- embouchure

- muzikale  inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang, 

het kunnen  overbrengen van een werk als één geheel,  spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling op podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- voor de hogere graad ook vibrato

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

- specifiek voor de hogere graad: klankkleur, toonvastheid , trefzekerheid

 

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

Bij de beoordeling van de proef hobo en Engelse hoorn wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- hand- en lichaamshouding

- vingervaardigheid

- intonatie

- toonvorming*

- adembeheersing

- muzikale inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang,

het kunnen overbrengen van een werk als één geheel, spanningsopbouw*,

dynamiek*, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- rieten maken*

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor de hogere graad: kleurverschillen, trefzekerheid en juiste intonatie

 

* nog niet, of zeer pril, voor lagere graad 4

 

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

Bij de beoordeling van de proef klarinet wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- hand- en lichaamshouding

- vingertechniek, bindingen

- intonatie

- toonkwaliteit: klankkleur, toonvastheid, trefzekerheid

- coördinatie tongslag en greepwisselingen

- adembeheersing, mondstand, tongaanzet

- vanaf de middelbare graad: rietkwaliteit kunnen beoordelen, een goed riet voor het examen kunnen kiezen

- muzikale  inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang, 

het kunnen  overbrengen van een werk als één geheel,  spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, stemming van het werk kunnen

weergeven

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

Bij de beoordeling van de proef saxofoon wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- hand- en lichaamshouding

- vingertechniek, bindingen

- intonatie

- toonkwaliteit: klankkleur, toonvastheid, trefzekerheid

- coördinatie tongslag en greepwisselingen

- ademtechniek, mondstand

- vanaf de middelbare graad: vibrato

- vanaf de middelbare graad: rietkwaliteit kunnen beoordelen, een goed riet voor het examen kunnen kiezen

- muzikale  inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang, 

het kunnen  overbrengen van een werk als één geheel,  spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

Bij de beoordeling van de proef trompet, hoorn, eufonium, trombone wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische precisie, schakeringen, articulaties

- houding

- voor trompet, hoorn, eufonium: vingervaardigheid

- intonatie*

- toonkwaliteit

- ademtechniek

- muzikale inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang,

het kunnen overbrengen van een werk als één geheel, spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- uitbreiding van de tessituur naargelang de graad

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

 

* voor trombone nog niet voor alle noten noodzakelijk in lagere graad 4

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

Bij de beoordeling van de proef slagwerk wordt gelet op:

 

-      de verscheidenheid in bespeelde instrumenten

-      melodisch slagwerk: 2 of 4 stokken, stoktechnieken, pedaalgebruik

-      ritmisch slagwerk: onafhankelijkheid van de 4 ledematen, balans tussen de instrumenten van het drumstel, stoktechnieken

-      tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische precisie, schakeringen, articulaties

-      toonvorming

-      aanslagtechniek

-      hand- en lichaamshouding

-      muzikale inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang,

het kunnen overbrengen van een werk als één geheel, spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

-      speelplezier, inleving

-      uitstraling op het podium

-      stijlbeheersing

-      jaarwerk

-      inzet en medewerking

-      instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

 

###

 

Bij de beoordeling van de proef piano wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- toonkwaliteit

- houding aan de piano

- balans linker- en rechterhand

- pedaalgebruik

- muzikale inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang,

het kunnen overbrengen van een werk als één geheel, dynamiek,

kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

 

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

 

Bij de beoordeling van de proef orgel wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- houding aan het orgel

- vanaf de middelbare graad: combinatie manuaal- en pedaalspel

- muzikale inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang,

het kunnen overbrengen van een werk als één geheel, spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

###

 

Bij de beoordeling van de proef klavecimbel wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- houding aan het klavecimbel

- muzikale inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang,

het kunnen overbrengen van een werk als één geheel, spanningsopbouw,

dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- speelplezier, inleving

- uitstraling op het podium

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een

aanwinst te zijn voor de samenspelklas

 

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.###

 

 

Bij de beoordeling van de proef zang en stemvorming wordt gelet op:

 

 - kennis muzikale tekst:

noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties

- houding:       recht, actief

ontspannen: hals en hoofd, onderkaak, handen en voeten

- dictie:           actief zonder verlies van legato

- registers:      kunnen aanwenden van hoog register (kopregister) 

vlotte overgang tussen laag en hoog register

- intonatie:      precies treffen

tonen in de kern aanzetten

- ademhaling: combinatie van flank- en middenrifademhaling

ademhaling in functie van tempo en inhoud van het stuk

- stemplaatsing en toonvorming:

mooie plaatsing van de toon: vermijden van keelklanken

of genepen klanken

beheersen van zachte steminzet

ontwikkeling van voldoende stemvolume

stemplaatsing op enge en wijde vocalen

vibrato

- tekstbegrip en expressie:

juiste uitspraak van vreemde talen

tekstinhoudelijk begrip

expressie

- muzikale inbreng en afwerking:

frasering, mooi melodisch verloop, samenhang, het kunnen overbrengen

van een werk als één geheel, spanningsopbouw, dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer

- zangplezier, inleving en uitstraling

- stijlbeheersing

- jaarwerk, inzet en medewerking

- specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis om een aanwinst te zijn voor

de koorklas

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

 

 

 

Bij de beoordeling van de proef JALM instrument wordt gelet op:

 

- tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische precisie, ritmisch inpassen in binaire en/of

ternaire groove,schakeringen, articulaties, letterbenaming akkoorden

- intonatie (afhankelijk van het instrument)

- toonkwaliteit

- instrumentspecifieke lichaamshouding

- muzikale inbreng en afwerking: frasering, spanningsopbouw, sfeer, dynamiek,

            akkoordvoicings, kleurverschillen, articulatieverschillen

- harmonische en ritmische kennis bij de improvisatie

- speelplezier, inleving

- podiumprésence

- stijlbeheersing

- jaarwerk

- inzet en medewerking

- instelling bij studie en uitvoering

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

 

Samenspel, begeleidingspraktijk, koor, instrumentaal en vocaal ensemble

Verdeling van de punten:

Dagelijks werk: Telt voor 40% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.

Openbare optredens: 
M1, M2, H1, H2
: 2 optredens per schooljaar met telkens 1 werk: 30% per optreden
De punten voor de optredens worden gegeven door de vakleraar en een collega

M3: minimum 2 optredens per schooljaar en in totaal 2 werken met een verschillend karakter: 30% per optreden

De punten voor de optredens worden gegeven door de vakleraar, directeur of afgevaardigde en 1 extern jurylid.

H3: minimum 2 optredens per schooljaar en in totaal 3 werken met een verschillend karakter: 20% per werk

De punten voor de optredens worden gegeven door de vakleraar en 2 externe juryleden.

De leerling wordt beoordeeld op het samen musiceren met anderen.

 

Het dagelijks werk: 40% van de punten gaan over het schooljaar voor wat betreft

- aanwezigheid,

- inzet,

- medewerking,

- verantwoordelijkheidsbesef tegenover de medespeler/medespeelster,

- vooruitgang.

- artistieke vaardigheden

Er wordt daarbij rekening gehouden met:

- het aantal jaren dat de leerling les gevolgd heeft,

- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige

   mogelijkheden op die leeftijd.

 

De punten gegeven op het optreden zijn een quotering voor de hele groep. Hiervan kan worden afgeweken als blijkt dat een bepaalde leerling opvallend veel beter of veel minder presteert in het geheel. Belangrijke aandachtspunten zijn:

-        artistieke vaardigheden

-        samenspeltechnieken

-        stijlbeheersing

-        intonatie

 

Beoordelingscriteria Jalm ensemble

 

Bij ensemble wordt de leerling beoordeeld op het samen musiceren met anderen. 

 

Verdeling van de punten:

Dagelijks werk: Telt voor 60% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.

Openbare optredens: 

M1, M2, H1, H2: 2 optredens per schooljaar met telkens min 1 werk: 20% per optreden
De punten voor de optredens worden gegeven door de vakleraar en een collega

M3: minimum 2 optredens per schooljaar en in totaal 2 werken met een verschillend karakter: 20% per optreden

De punten voor de optredens worden gegeven door de vakleraar, directeur of afgevaardigde en 1 extern jurylid.

H3: minimum 2 optredens per schooljaar en in totaal 3 werken met een verschillend karakter: eerste optreden: 1 werk: 10%, tweede optreden: 2 werken: 30%.

 

Het dagelijks werk: 60% van de punten gaan over het schooljaar voor wat betreft

-  aanwezigheid 

-  inzet

-  medewerking

-  verantwoordelijkheidsbesef tegenover de medespelers/medespeelsters

-  vooruitgang

-  artistieke vaardigheden

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

 

De punten gegeven op het optreden zijn een quotering voor de hele groep. Hiervan kan worden afgeweken als blijkt dat een bepaalde leerling opvallend veel beter of veel minder presteert in het geheel. Belangrijke aandachtspunten zijn:

-        artistieke vaardigheden

-        samenspeltechnieken

-        improvisatie

-        stijlbeheersing

-        intonatie

 

 

 

 

Beoordelingscriteria van de proeven studierichting woord

Algemene verbale vorming L1, L2, L3, verbale vorming, drama en repertoirestudie:
Dagelijks werk: Telt voor 30% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.
Examen:  telt voor 70% van de punten,

Algemene verbale vorming L4:
Dagelijks werk: Telt voor 20% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.

Technische proef: telt voor 20% van de punten

·       voorbereide voorleesoefening

·       korte tekst uit het hoofd

Openbare proef:  telt voor 60% van de punten,

·     spelmoment met vastgelegde teksten

·     spreekoefening vanuit improvisatie

Voor elk onderdeel moet er 60% van de punten behaald worden

 

Voordracht- Toneel-Welsprekendheid:
Dagelijks werk: Telt voor 20% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.

Technische proef: telt voor 20% van de punten

Openbare proef:  telt voor 60% van de punten,

Voor elk onderdeel moet er 60% van de punten behaald worden

 

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

.

 

Voor Algemene verbale vorming / Verbale vorming / Voordracht

 

- Inzet tijdens de lessen (omvat ook leerhouding, open blik, brede interesse, discipline...)

 

- Technische vaardigheden/spreektechniek (natuurlijke zegging, correcte klanken, articulatie, juiste ademhaling)

 

- Tekstbehandeling (kennis en inzicht, weten wat je zegt)

 

- Lichaamstaal (expressie, ruimtegevoel, juiste spanning)

 

- Creativiteit (artistieke verbeelding, originaliteit, authenticiteit, spelplezier)

 

- Samenspel (samenwerking, samen spelen, improviseren, doen en kijken, luisteren naar elkaar)

 

- Evolutie (vooruitgang en inzicht in eigen proces)

 

 

Voor Dramatische expressie / Toneel / Welsprekendheid

 

- Inzet en eigen inbreng (leerhouding, open blik, brede interesse, discipline)

 

- Technische vaardigheden/spreektechniek (natuurlijke zegging, correcte klanken, stemgebruik)

 

- Teksten (tekstkennis, tekstinzicht (weten wat je zegt), tekstanalyse, tekstinterpretatie, tekstkeuzes in functie van eigen interesse)

 

- Lichaamstaal (bewuste expressie, ruimtegevoel, bewust zijn van lichaamstaal van anderen, juiste spanning)

 

- Artistieke creativiteit (originaliteit, eigen teksten, eigen grenzen verleggen, creatie van een rol, emotie)

 

- Samenspel (inzicht in opbouw, samenwerking, improviseren, dialogen)

 

- Publiek (projectie, contact met publiek)

 

- Evolutie (vooruitgang en inzicht in eigen proces)

 

 

Beoordelingscriteria van de proeven studierichting dans

-        lichaamsbewustzijn en bewust zijn van houding

-        oefening nadoen, kopiëren

-        oefening uit het geheugen voordoen (choreo)

-        ritmische zekerheid, aanpassen aan het tempo van de muziek of de groep

-        zuiverheid van bewegen

-        muzikale accenten kunnen leggen door bewegen

-        expressiviteit van het lichaam

-        inlevingsvermogen tonen

-        ruimtebewustzijn zowel individueel als in groep

-        dansplezier en inlevingsvermogen

-        uitstraling op het podium

-        techniek (coördinatie)

-        inzet

-        woordenschat (vakjargon)

-        onderscheiden van de verschillende technieken

-        (zelf)discipline

-        gepaste kledij (juiste balletpak en haren kappen is het minimum, presentabel voorkomen).

Er wordt daarbij rekening gehouden met- de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

 

Dansinitiatie:

Enkel een permanente evaluatie en geen proeven

 

Algemene artistieke bewegingsleer

Verdeling van de punten van de proef :

Dagelijks werk: Telt voor 20% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.
Openbare proef of klasexamen:  telt voor 80% van de punten,

 

Artistieke training

Verdeling van de punten van de proef :

Dagelijks werk: Telt voor 50% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.
Openbare proef of klasexamen:  telt voor 50% van de punten,

 

Klassieke dans

Verdeling van de punten van de proef :

Dagelijks werk: Telt voor 20% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.
Openbare proef of klasexamen:  telt voor 80% van de punten,

 

Hedendaagse dans

Verdeling van de punten van de proef :

Dagelijks werk: Telt voor 20% van de punten. Deze beoordeling is een weergave van de permanente evaluatie en geen rekenkundig gemiddelde van de momentopnamen.
Openbare proef of klasexamen:  telt voor 80% van de punten,

 

 

HOOFDSTUK 4: AFWEZIGHEDEN

1.Evaluatie bij veelvuldige afwezigheden

Wanneer een leerling afwezig is op een toets of taak of andere geëvalueerde opdracht, dan zal de leerkracht checken of de afwezigheid van de leerling gewettigd werd. Als blijkt dat een leerling tijdens een evaluatiemoment onwettig afwezig was, dan is de leerling niet geslaagd. Is de afwezigheid wel gewettigd (dit moet binnen de 7 dagen gebeuren), moet er steeds nagestreefd worden om de leerling de toets of taak te laten inhalen voor het afsluiten van een rapportperiode. Hiervan is registratie in de agenda steeds vereist.

Indien een leerling door veelvuldige gewettigde afwezigheden niet aan de helft van het

aantal evaluaties komt zoals zijn/haar medeleerling kan de leerkracht beslissen om een

afwezig op het rapport schrijven. Bij de commentaar wordt vermeld ‘Geen

objectieve evaluatie mogelijk door veelvuldige afwezigheid’. Dit moet natuurlijk

zoveel mogelijk vermeden worden door bovenstaande richtlijnen toe te passen.

 

2. Afwezigheden op examens

Als een leerling op een examen afwezig is, moet hij/zij binnen de 24 uur de afwezigheid

wettigen. Zonder medisch attest is de leerling onwettig afwezig en is hij niet geslaagd. Bij een

gewettigde afwezigheid kan de leerling deelnemen aan het uitgesteld examen tussen 1 en 15 september van het daaropvolgend schooljaar.